Bemiddeling
Bemiddeling kan worden uitgelegd als een vrijwillige en vertrouwelijke regeling van conflicten door middel van onderhandeling. Het hoofddoel van dat proces is te komen tot gemeenschappelijke overeenstemming tussen de verschillende personen zonder voor de rechtbanken te verschijnen.
De partijen kunnen daar dus voor, tijdens en zelfs na een proces naar teruggrijpen.
In iedere fase van het proces worden de partijen ertoe gebracht actief deel te nemen en hun respectievelijke behoeften
en belangen te uiten terwijl ze luisteren naar de argumenten van de andere partij.
In geval van akkoord over een onderhandelde oplossing, kan die worden gehomologeerd (door zich aan bepaalde strenge voorwaarden te houden, vastgelegd door het gerechtelijk wetboek) en verbindt iedere partij zich ertoe zijn verbintenissen na te leven.
Indien men niet tot een oplossing komt, mogen de geraadpleegde advocaten hun interventie niet verder zetten. Ze kunnen vanaf dat moment dus niet meer instaan voor de verdediging van de belangen van hun cliënten in het kader van een geschillenprocedure.
Verschillende soorten bemiddeling:
In België maken we het onderscheid tussen vrijwillige, gerechtelijke en vrije bemiddeling.
- Bij vrijwillige bemiddeling mag “elke partij, onverminderd elke gerechtelijke of arbitrale procedure, voor, tijdens of na een rechtspleging aan de andere partijen voorstellen om een beroep te doen op de bemiddelingsprocedure.” De partijen wijzen in onderlinge overeenstemming de bemiddelaar aan of belasten een derde met die aanwijzing” (Art. 1734 §1 van het gerechtelijk wetboek).
- Gerechtelijke bemiddeling kan worden opgelegd door de reeds geadieerde rechter, "in elke stand van het geding, alsook in kort geding, behalve voor het Hof van Cassatie en voor de arrondissementsrechtbank (...) op gezamenlijk verzoek van de partijen, of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, een bemiddeling bevelen, zolang de zaak niet in beraad is genomen. De partijen komen overeen over de naam van de bemiddelaar, die moet erkend zijn door de in artikel 1727 bedoelde commissie” (Art. 1730, §1 van het gerechtelijk wetboek).
- De vrije bemiddeling, die afhangt van de vrijheid en de wil van de partijen, wordt niet geregeld door het gerechtelijk wetboek. Daarom kan men, in tegenstelling tot vrijwillige en gerechtelijke bemiddeling, met vrije bemiddeling geen gerechtelijke homologatie krijgen voor het daaruit eventueel bereikte akkoord.
‘Collaborative law’ is een alternatieve vorm van bemiddeling. Het verschil is dat de betrokken partijen worden vertegenwoordigd door twee samenwerkende advocaten met gespecialiseerde kennis ter zake. In dit geval wordt de bemiddeling niet geleid door een bemiddelaar (die neutraal, onafhankelijk en onpartijdig is) maar door twee advocaten
die samenwerken om een minnelijke schikking uit te werken terwijl ze beide de belangen van hun respectievelijke cliënten verdedigen.
| |
|
|
| |
| |
Het Bemiddelingscentrum van de balie van Charleroi (CMBC)? |
|
|
| |
|
|
Gezien het stijgende succes van bemiddeling in de laatste jaren, heeft de Raad van de Orde van de balie van Charleroi een bemiddelingscentrum opgericht, het CMBC.
Dat centrum heeft - onder andere- tot doel:
- de rechtzoekenden in te lichten over de specifieke bepalingen en regels van bemiddeling,
- het tableau van erkende bemiddelaars te verspreiden die zijn ingeschreven op de lijst van de Orde van de balie van Charleroi.
- bemiddeling als oplossing voor geschillen te promoten, met alle respect voor de deontologische regels die eigen zijn aan het beroep van de advocaat,
- bijdragen tot de opleiding (permanent of gewoon) van bemiddelaars door colloquia, conferenties, debatten of andere samenkomsten te organiseren.
Het omvat advocaten met minstens 5 jaar beroepservaring die door het Centrum zijn erkend en een geschikte opleiding hebben gevolgd.
|